Archief voor februari 2008

Inge Vervotte

februari 29, 2008

Inge Vervotte wil charter tegen anorexia-modellen (19/9/2006)

BRUSSEL – Inge Vervotte, Vlaams minister van Welzijn, wil een overleg met specialisten uit de geestelijke gezondheidszorg en voedingsdeskundigen over de problematische invloed van graatmagere modellen. Een vrijwillig charter voor modellenbureaus en de reclamesector behoort tot de mogelijkheden.

Dinsdag werd in sommige media gemeld dat voedingsdeskundige Ilse Ulens al een wetsvoorstel klaar zou hebben om ”anorexia-modellen” niet langer te laten showen in België. Dat blijkt niet waar te zijn. ,,Ik ben wel bereid om met de minister te overleggen,” zegt Ulens, ,,maar er is nog geen contact geweest.”

Ook minister Vervotte zegt open te staan voor een debat. ,,Ik zou graag met de specialisten rond de tafel zitten om een charter of protocol te ontwerpen”, zegt Vervotte. ,We kunnen de modellenbureaus en de reclamesector niet verplichten om enkel ’gezonde’ dames aan te nemen, maar een vrijwillig protocol behoort zeker tot de mogelijkheden.”

De hetze brak los toen vorige maand in Uruguay een Zuid-Amerikaans model doodviel op de catwalk. Vorige week liet een modeshow in Madrid weten enkel nog meisjes met een Body Mass Index (BMI) van meer dan achttien te aanvaarden. De BMI wordt berekend door het gewicht te delen door het kwadraat van de lengte.

,,Een BMI van achttien is nog erg laag”, zegt voedingsexperte Ilse Ulens. ,,Negentien lijkt me een gezonder getal.” Minister Vervotte vindt het erg belangrijk dat de beeldvorming wordt aangepast. ,,Er moet een tegenreactie komen tegen de magerzucht die sommige modellen aanmoedigen bij jonge meisjes”, zegt de minister.

Campagne Mieke Vogels

februari 29, 2008

Vlaamse overheid

PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN MINISTER MIEKE VOGELS VLAAMS

MINISTER VAN WELZIJN, GEZONDHEID EN GELIJKE KANSEN 21 mei 2002

“Ik ben zoals ik ben, dat mag gezien worden”

Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mieke Vogels stelt vandaag haar campagne “IK ben zoals ik ben, dat MAG GEZIEN WORDEN”, voor. Het is een brede publiekscampagne dat tot doel heeft het huidige schoonheidsideaal te relativeren.

Er verschijnen op woensdag 22 mei advertenties in de kranten en deze week ook in de tijdschriften. De poster van de campagne, met aan de achterzijde info over het opzet van de campagne, kan aangevraagd worden via de Vlaamse Infolijn. (0800/30201)

Met het gebruiken van ‘gewone’ mensen voor de campagne wil minister Vogels al wie niet beantwoordt aan het huidige schoonheidsideaal (voor vrouwen: maatje 36-38, grote borsten, strakke billen; voor mannen: gespierde torso, geen buikje) een hart onder de riem steken.

Ook vrouwen en mannen die niet meteen de ‘ideale’ maten hebben, mogen gezien worden. Nu overheerst, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, toch vooral het beeld van de ideale man en vrouw in het publieke leven.

Dat een dergelijke campagne beantwoordt aan een maatschappelijke nood, mag blijken uit de resultaten van een pretesting, uitgevoerd door het bureau Mythos. 82 procent van de ondervraagden vond het positief dat de overheid een dergelijke campagne zou opzetten. Velen vonden het zelfs ‘de plicht’ van de overheid om dit te doen. Ook de commentaar dat dit ‘eindelijk’ gebeurde, en dat ‘het tijd’ werd, sterkte de minister in haar overtuiging.

Uit het kwalitatief en kwantitatief onderzoek bleek ook dat 95 procent van de ondervraagden zich niet stoorde aan het naakt. Bovendien apprecieerde een overgrote meerderheid de positieve boodschap die achter de campagne zit.

Minister Vogels hoopt dat het voorbeeld om meer met diverse en realistische modellen te werken in de toekomst navolging krijgt in de reclame-, media- en modewereld. Een meer divers beeld van de samenleving ophangen, is een goede zaak volgens de minister van Gelijke Kansen.

Dit verhaal is natuurlijk ook gelinkt met de twee andere bevoegdheden van minister Vogels: Welzijn en Gezondheid. Al eerder gaven we aan dat heel wat jongeren in de knoei zitten met hun uiterlijk. Er is een maatschappelijke druk om zo goed als mogelijk te beantwoorden aan de idealen. Daar niet in slagen, levert vaak frustratie op. En produceert onwelzijn.

Natuurlijk mag het gezondheidsaspect niet uit het oog worden verloren. Minister Vogels onderstreept nog eens nadrukkelijk dat gevarieerd eten met veel groenten en fruit op het menu en veel bewegen onontbeerlijk is voor een gezond leven. Dit is geen campagne die overgewicht promoot.

Eetstoornissen zijn complexe aandoeningen. Het is te simpel om hier een rechtstreeks verband te leggen tussen de druk van het schoonheidsideaal en boulimie of anorexia. Toch kan de druk van het schoonheidsideaal het begin zijn van heel wat geestelijke en uiteindelijk ook fysische ongezondheid.

Deze campagne kadert in een breder project waarbij een aantal andere beleidsmaatregelen genomen zijn.

Omdat Mieke Vogels veel belang hecht aan een open dialoog met media, reclame en modewereld werd op donderdag 16 mei een Ronde Tafel gehouden in Antwerpen. Tijdens een aantal debatten werd constructief gepraat over de rol en de verantwoordelijkheid van overheid, consument, media, mode en reclame in deze thematiek. Het initiatief van minister Vogels om deze dag te organiseren werd door iedereen op applaus onthaald en werd aanzien als een eerste aanzet om te komen tot meer diverse rolmodellen in het publieke leven. Vertegenwoordigers van reclame, adverteerders en media engageerden zich om binnen hun eigen sector creatief mee te werken aan meer diversiteit. De VRT- woordvoerster, die deelnam aan het slotdebat, kondigde zelfs aan dat de VRT voortaan de ideale maten niet zo sterk meer zal laten doorwegen bij de selectie van omroep(st)ers. Ook de commerciële zender VT4 verklaarde achteraf ‘waar nodig een meer bewuste politiek’ te zullen voeren op dit vlak.

Ook binnen de modewereld is het initiatief van de minister besproken. De Modeacademie van Antwerpen zal bijvoorbeeld een modeshow organiseren met gewone ‘mannen en vrouwen met uitstraling’. De academie organiseert op 1 juni tussen 11 en 16 uur in de C&A-winkel op de Antwerpse Meir een open selectie voor iedereen met uitstraling.

Een studie over eetstoornissen die in februari werd voorgesteld, leerde dat het tijdig opsporen van eetstoornissen heel belangrijk is. Ook werd een tekort aan netwerken van experten vastgesteld. Om daaraan te verhelpen, wordt, binnen de eerstelijnsgezondheidszorg een nieuw project gestart. Er zal onder meer een draaiboek worden opgesteld voor huisartsen en CLB’s waardoor eetstoornissen beter en vlugger herkend worden. Daarnaast wordt de expertise rond eetstoornissen beter samengebracht en zullen netwerken binnen de geestelijke gezondheidszorg en andere tweedehulpsverleners gestimuleerd worden.

Gezonde voeding en meer bewegen is cruciaal. Het is hier al gezegd. Om dat deel van het preventieve gezondheidsbeleid meer dynamiek te geven, is aan het VIG (Het Vlaams Instituut voor gezondheidspromotie) gevraagd om in het najaar een creatief en positief actieplan uit te werken. Een onderdeel is alvast het promoten van gezonde eetgewoonten op school. Minister Vogels vindt bijvoorbeeld dat zoete frisdranken (cola, limonades.) niet thuishoren in een school. Ze zal daarom een brief schrijven naar de ouderverenigingen met de vraag of ze rond dit thema samen een actie kunnen ondernemen om zoveel mogelijk gezonde dranken aan te bieden in de scholen. Een aantal watermaatschappijen levert bijvoorbeeld nu al gratis drinkfonteintjes aan scholen.

“Ik ben zoals ik ben, dat mag gezien worden”

De campagne

Uitgangspunt:
De campagne toont gewone mensen die fier zijn op zichzelf, die complexloos leven in een gezond lichaam en dat graag laten zien. In deze dubbele portrettenreeks gaat het stuk voor stuk om mooie mensen. Mensen met zelfvertrouwen, een mooi lichaam en met uitstraling, ook al hebben ze niet allen de maten die men tegenwoordig ideaal noemt. Het zijn gezonde mensen die elk voor zich de ideale maten hebben. En het zijn mensen waarin de Vlaming zich kan herkennen.

Door hen naakt af te beelden, wilden we het gevoel van herkenning nog versterken. Zo zien mensen zich immers dagelijks in de badkamerspiegel. Bovendien versterkt de kwetsbaarheid van de naakte portretten de kracht van de uitstraling en de boodschap.

Foto’s:
De foto’s moeten mensen zo echt mogelijk weergeven. Tijdens de shooting werkte fotograaf Stephan Van Fleteren enkel met natuurlijk buitenlicht. Er werd ook geen beroep gedaan op visagistes of kledingadviseurs. Anders zouden we ‘mooi zijn’ opnieuw modelleren naar gangbare normen.

We kozen bewust voor een campagnebeeld dat bestaat uit verschillende portretten. Op deze manier wordt de verscheidenheid tussen mensen benadrukt. Het gaat immers niet om één type mens, maar om een doorsnede van de bevolking.

Slogan:
De slogan ‘ik ben zoals ik ben, dat mag gezien worden’ brengt onder woorden wat in de beelden duidelijk gemaakt wordt. Het is een statement van de mensen die afgebeeld worden.

De overheid wil met deze campagne geen nieuwe norm opleggen door de gangbare norm af te wijzen. Ze wil integendeel vanuit het gevoel van eigenwaarde van mensen anderen inspireren om gezond en complexloos met hun lichaam om te gaan. Het is geen anti-ideale matencampagne, wel een campagne die ingaat tegen overdreven normering van wat men nu ideale maten noemt.

De slogan krijgt onderaan de poster een vervolg in een sublijn. Daar wordt gezegd dat te dik of te dun zijn ongezond is. Hiermee wordt aangegeven dat het niet gaat om een campagne die overgewicht of magerzucht goedkeurt. Dit blijft immers ongezond. Er zijn echter heel wat mensen die niet te dik of te dun zijn, maar zich toch zo voelen. Voor hen is deze campagne bestemd.

Onderzoek:
Er werd een kwalitatieve en kwantitatieve pretest uitgevoerd over de perceptie van de boodschap bij een representatief deel van het publiek. In 72% van de antwoorden werd de campagne gepercipieerd als een gelijke kansencampagne, waarbij elke vorm van discriminatie wordt verworpen. Men bekijkt de campagne niet als een anti- ideale matencampagne, wel een campagne tegen een overdreven en opgedrongen normering.

82% van de ondervraagden ondersteunen dit initiatief van de Vlaamse overheid. In de randcommentaren werden meermaals reacties als ‘eindelijk’, goed dat dit eens gezegd wordt’, ‘het werd tijd’, .. opgetekend. Hierin werd ook duidelijk men de thematiek als een reëel probleem ervaart.

De test werd uitgevoerd met foto’s waarop de modellen volledig naakt waren. 5% van de ondervraagden vond het naakt storend. 95% vond het niet storend. Reclamebureau
De campagne werd ontwikkeld door het reclamebureau choco uit Lier.

Mediaplan:
De campagne wordt de komende week gevoerd via advertering in de volgende media:

Weekbladen:
We Knack, Dag Allemaal, TV-Familie, Libelle, P-Magazine, Humo, Flair

Dagbladen:
GVA/BVL, De Standaard, Het Nieuwsblad, Het Volk, De Morgen, Het Laatste Nieuws

Wie wenst kan de poster (met aan de achterzijde info over het opzet van de campagne) gratis aanvragen bij de Vlaamse infolijn. (0800.3.02.01)

Er is ook een speciale website gemaakt voor deze campagne: www.maggezienworden.be

Mieke Vogels

februari 29, 2008

Mieke Vogels,
Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen
12 februari 2002

Valentijnsboodschap: mag het iets realistischer?

Aan de vooravond van Valentijn, de feestdag van de liefde, wil Vlaams minister Mieke Vogels, bevoegd voor Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, de aandacht vestigen op een wel bijzondere en gevoelige thematiek: het schoonheidsideaal en de eetstoornissen.

Liefde, schoonheid en (lichamelijke) verwennerij spelen een hoofdrol in deze Valentijnsperiode. Koppels verrassen elkaar met lingerie, een romantische avond uit of met een leuk compliment of cadeautje. Aan tafel (of in bed) is de kans groot dat er gepraat wordt over lichaam, mooie vormen en uiterlijkheden. Partners vragen zich soms af of ze nog wel aantrekkelijk genoeg zijn? En of ze niet te dik, te dun of te anders zijn. Over ideaal en realiteit, dus. En daar nijpt het schoentje.

De mode, de media en de maatschappij in haar geheel dringen jongeren vaak een onrealistisch schoonheidsideaal op. Het lijkt er wel op dat meisjes of vrouwen die geen maatje 38 hebben, door de maatschappij scheef bekeken worden. Daarnaast is het ‘ideaal’ van strakke billen, platte buik en grotere borsten meer dan ooit ‘in’

In populaire TV-programma’s worden vrouwen met een maatje meer belachelijk gemaakt. Zelfs in de politiek hebben vrouwen tegenwoordig meer kans als ze passen in de ‘babe-cultuur’ van de programma’s. Sluwe adverteerders spelen dan weer in op de trend en promoten allerlei middeltjes om af te slanken en dokters worden overspoeld met vragen van meisjes om drastisch te vermageren of om hun borsten te vergroten. Ook mannen, alhoewel in mindere mate, worden geconfronteerd met de maatschappelijke druk om er goed uit te zien en voelen zich verplicht om iets aan hun lichaam te doen.

Eerder onderzoek van de faculteit pedagogie van de Universiteit van Gent wees uit dat de helft van de tienermeisjes hun uiterlijk vaak onder de noemer ‘problemen’ rangschikken. Zowel tien-, vijftien- als twintigjarige meisjes zeggen dat ze ‘ontevreden’ zijn over hoe ze er uit zien. Jongeren voelen zich niet goed in hun vel en lopen het risico om lichamelijke en geestelijke stoornissen te vertonen.

Vandaar dat minister Vogels aan de vooravond van Valentijn zich vragen stelt over het heersende schoonheidsideaal. Mag het iets realistischer? Het is bijna onmenselijk om van jongeren – én volwassen – te vragen dat ze moeten beantwoorden aan de ‘ideale’ maten. Dat kan leiden tot extreem gedrag: ofwel extreem bezig zijn met het lichaam en het gewicht; ofwel alle grenzen en regels van gezonde voeding overboord gooien en zo de eigen gezondheid op het spel zetten.

Mieke Vogels vindt ‘leren omgaan met je eigen lijf ‘ heel belangrijk. Meisjes met een maatje meer, hoeven zich niet te schamen. Jongens trouwens ook niet.

Wie de vinger aan de maatschappelijke pols houdt weet dat dit thema leeft in de samenleving. Gooi het onderwerp op tafel en er ontstaan geanimeerde discussies over wat oorzaak en wat gevolg is.

Natuurlijk weet de minister van gezondheid Vogels maar al te goed dat overgewicht meer gezondheidsrisico’s met zich mee brengt en dat gevarieerd eten met veel vezels, groenten en fruit op het menu gezond is. Maar het lijkt dat er teveel meisjes en jongeren zich door een aangepraat schuldgevoel laten leiden om toch maar ‘iets te doen’ en het ene dieet na het andere uitproberen. Een deel van die jongeren sukkelt na verloopt van tijd in een echte eetstoornis die ernstig moet worden genomen.

Geschat wordt dat 5% van de meisjes tussen 12 en 20 jaar een eetstoornis vertonen die hun psychische en fysieke gezondheid ernstig kan schaden.

Wanneer men spreekt van anorexia nervosa wordt al te snel gedacht aan een skeletachtige figuur en boulimie wordt dan weer stereotiep geassocieerd met zwaarlijvigheid. In werkelijkheid is er een belangrijke groep jongeren die niet tot beide ‘groepen’ hoort maar wel een ‘verborgen’ eetstoornis heeft.

Meestal gaat het om meisjes voor wie de vermageringswens tot een obsessie is geworden: ze eten zeer eenzijdig, slaan maaltijden over, doen extreem aan fitness of sport. Dit is echter niet lang vol te houden en tussendoor vervallen ze toch in de ‘zonde’ van het snoepen of een echte eetbui, maar dan stiekem. Om het verdikkingseffect hiervan te voorkomen of om nog sneller te kunnen vermageren gaan velen over tot zelfopgewekt braken of de inname van laxeermiddelen. Dit alles gebeurt echter in het geheim en zolang het gewicht niet te opvallend verandert blijft een dergelijk gestoord eetgedrag verborgen voor de omgeving. De jongeren zelf beseffen niet het gevaar voor hun gezondheid en hebben dan ook niet direct een hulpvraag; anderen zijn te beschaamd om over hun eetprobleem te praten.

Onderzoek

Om een beter zicht te krijgen op de omvang van het probleem in Vlaanderen en vervolgens zowel preventie als behandeling te verbeteren gaf Mieke Vogels, Vlaams minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen, een onderzoeksopdracht aan de Stuurgroep Eetstoornissen onder leiding van Prof. Walter Vandereycken (Faculteit Psychologie, K.U. Leuven). Onderzoekster An Vandeputte verrichtte het eigenlijke onderzoek.

Het project ‘Professionalisering van preventie en hulpverlening van jongeren met eetstoornissen’ omvatte een grootschalige enquête bij een brede waaier aan welzijns- en gezondheidswerkers met als belangrijkste vragen: Hoeveel meisjes of vrouwen (tussen 12 en 25 jaar) met een eetstoornis komen er jaarlijks terecht in de welzijns- en gezondheidszorg? Hoe gebeurt de screening? Welke hulpverlening wordt voorgesteld en/of uitgevoerd?

Het hoofdaccent van het onderzoek lag bij de Centra voor Leerlingen Begeleiding (CLB’s) en de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG’s). Maar om hun aanpak te kunnen situeren in het ruimer geheel van de gezondheidszorg werd ook een steekproef van huisartsen, psychologen en psychiaters ondervraagd.

Resultaten

Er werden meer dan 100 enquêtes naar de verschillende vestigingsplaatsen van de CLB’s gestuurd. Daarvan kwam meer dan de helft van terug. Er werd vooral gepeild naar het medisch onderzoek dat de CLB-artsen hadden uitgevoerd in het afgelopen jaar bij meisjes uit het derde middelbaar onderwijs: in 16% van de gevallen werd een objectief gewichtsprobleem vastgesteld (9% overgewicht, 7% ondergewicht).

De artsen vermoeden wel vaak teveel eten in geval van overgewicht en stellen in een derde van de gevallen van ondergewicht anorexia nervosa vast. Maar boulimie bij min of meer normaal gewicht (de ‘verborgen’ eetstoornis) wordt zelden vastgesteld.

“De CLB-artsen hebben hier duidelijk nood aan een betere training in het ondervragen van de leerlingen (gewicht en lengte meten is immers onvoldoende voor de diagnose)”, stelt onderzoekster An Vandeputte vast. “Verder volgen zij slechts een vijfde van de leerlingen met een eetstoornis op en verwijzen ze het merendeel naar de huisarts, al weet deze vaak geen raad met deze problematiek zoals blijkt uit een enquête bij een steekproef van 200 huisartsen. Zij pogen dan op hun beurt door te verwijzen maar weten vaak niet naar wie. Een aantal komt bij een CGG terecht.”

Uit de enquête bij de Centra Geestelijke Gezondheidszorg (CGG, waar regionaal een laagdrempelige hulpverlening voorzien is door een team van psychiater, psycholoog en maatschappelijk werker) blijkt dat een eetstoornis wordt vastgesteld bij 10 à 15% van de vrouwelijke cliënten die er zich aanmelden.

“Ook hier is veel vraag naar bijscholing en nood aan informatie over behandelingsmogelijkheden”, stelt Vandeputte. Ongeveer een derde van de patiënten met een eetstoornis wordt door het CGG doorverwezen naar een psychiater of psycholoog die meer deskundig is in deze problematiek. Maar vaak is men niet goed op de hoogte van waar de deskundigen op dit vlak te vinden zijn. Een groot aantal psychiaters en psychologen voelt zich immers niet thuis in deze problematiek, zo blijkt uit de enquête.

Vorming

Uit het onderzoek kwam naar voren dat er veel nood is aan bijscholing. Het project ‘jongeren met eetstoornissen’ bevatte daarom ook naast het onderzoeksdeel een belangrijk luik vorming.

Voor de CLB’s werden twee studiedagen georganiseerd met het accent op herkenning en preventie van eetstoornissen.

Daarnaast vonden nog drie afzonderlijke workshops in kleinere groepen plaats. Voor de vorming van CGG-medewerkers werd gekozen voor vijf thematische workshops per provincie. Hier lag meer de nadruk op de diagnostische problemen, het motiveren tot en uitvoeren van een behandeling, en de begeleiding van de ouders. Uit de evaluaties van al deze vormingsdagen bleek enerzijds een zeer grote interesse in de problematiek en anderzijds de sterke behoefte aan voortgezette vorming op het vlak van de behandeling.

Conclusies en nieuwe initiatieven

Zowel uit de enquête als deze vormingsdagen kwam duidelijk naar voor dat de meeste hulpverleners beseffen dat eetstoornissen een ernstige problematiek vormen. Alleen weet men niet altijd hoe en op welke manier er mee moet worden omgegaan. Daarnaast is het duidelijk dat het brede thema van het ‘schoonheidsideaal’ meer dan nooit actueel is. Jongeren vinden hun eigen uiterlijk vaak problematisch.

Minister Vogels kondigt daarom drie eigen initiatieven aan:

1. De minister heeft aan het VIG (Vlaams instituut voor Gezondheidspromotie; de officiële partner van de minister) gevraagd een methodiek te ontwikkelen voor de CLB’s en de CGG’s rond het thema. Daarin zal het “leren omgaan met je eigen lijf” centraal staan. Bedoeling is dat het VIG vormingspakketten en preventieve acties ontwikkelt voor al wie met jongeren in contact komt.
2. Dit jaar komt er nog een grootschalige sensibilisatiecampagne over ‘het schoonheidsideaal’ specifiek gericht naar jongeren. Daarin zullen de huidige ‘ideale maten’ in vraag worden gesteld.
3. Mieke Vogels nodigt nog voor de zomer vertegenwoordigers van modellenbureaus, productiehuizen, uitgeverijen, redacties van modebladen, jongerenmagazines, vrouwen- en mannenbladen en TV-programma’s uit voor een Ronde Tafel. Bedoeling is om tot een morele code te komen waarbij bijvoorbeeld afgesproken kan worden om meer realistische maten als ‘ideaal’ voor te stellen en meer de ‘modale Vlaming’ in beeld te brengen.

Begin maart besteedt ook het Vlaams parlement aandacht aan het onderwerp. Dan houdt het parlement hoorzittingen met experts

Senaatsvoorstel

februari 28, 2008
Voorstel van resolutie voor de bestrijding van anorexia

Dit voorstel van resolutie neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 2 maart 2007 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 3-2099/1 — 2006/2007).

I. Anorexia nervosa, « ziekte van de eeuw » ?

« Jaarlijks moeten in de geïndustrialiseerde landen 500 op 100 000 jonge vrouwen tussen 15 en 29 jaar voor anorexia behandeld worden.

Dat komt neer op ongeveer 3 000 jonge vrouwen per jaar in België.

In de geïndustrialiseerde landen komen er jaarlijks acht tot tien nieuwe anorexiepatiënten per 100 000 inwoners bij.

De mortaliteit ten gevolge van anorexia is, samen met boulimia nervosa, de hoogste van alle psychische aandoeningen. Ze ligt tussen vijf en tien procent. Er zijn geen concrete cijfers voor België bekend. We kunnen aannemen dat er jaarlijks tussen 150 en 200 patiënten ten gevolge van de ziekte overlijden. » (1)

Anorexia nervosa, dat het vaakst opduikt tijdens de puberteit, treft voornamelijk vrouwen. Naargelang de bron spreekt men van 80 %, 90 % of 95 % van de gevallen.

Anorexia nervosa is het min of meer systematisch weigeren om te eten en heeft psychologische, sociale en genetische oorzaken (2) . Dit proces verandert bovendien de hele persoonlijkheid : men wordt teruggetrokken, hyperactief en streeft fanatiek een magerheidsideaal na (3) .

Hoeveel iemand vermagert, kan worden beoordeeld aan de hand van de body mass index (BMI), dat is het gewicht uitgedrukt in kilogram gedeeld door het kwadraat van de lengte uitgedrukt in meter. Een normale BMI ligt tussen 18 en 25, met een BMI onder de 18, lijd je aan ondergewicht. Bij een BMI lager dan 14 ben je in grote mate ondervoed (levensbedreigend), terwijl met een BMI lager dan 11 het risico op overlijden reëel is (4) .

Anorexia nervosa, door sommigen ook wel de « ziekte van de eeuw » genoemd, verraadt een diepgaande psychologische stoornis. De behandeling moet onder goede begeleiding plaatsvinden, hetzij via opname in een gespecialiseerde dienst met psychiaters, psychologen en voedingsdeskundigen, hetzij ambulant, met zowel medische, psychiatrische als voedingsbegeleiding (5) .

II. Anorexia : actueel onderwerp

Op 14 november 2006 overleed Ana Carolina Reston in Sao Paolo. Dit jonge model van 21 jaar stierf aan de gevolgen van anorexia. Zij woog nog amper 40 kilo maar was 1,74 meter groot. Dit trieste voorbeeld bracht wereldwijd heel wat reacties teweeg en schudde iedereen wakker.

Sommigen, zoals de voorzitter van de Franse couturefederatie, menen dat « la mode est le reflet des mouvements de société, qu’elle n’en est pas la cause, et qu’il ne faut pas dramatiser au niveau de la mode quelque chose qui est un phénomène mondial de santé; que par ailleurs il faut informer et non réglementer ». Anderen vinden dan weer dan de modewereld anorexia in de hand werkt door extreme magerte te belonen.

Maar anorexia wordt ook verspreid via internet. Met een beetje zoekwerk komt men terecht op pro-ana-websites en -blogs, waar anorexia niet als een ziekte, maar als een levensstijl wordt beschouwd. Mensen met anorexia ontmoeten er elkaar, vertellen wat ze eten, feliciteren elkaar en moedigen elkaar aan om door te zetten, geven tips om te kunnen braken, om de aandacht van de ouders af te leiden en houden soms zelfs onderlinge wedstrijden. Zij vormen een echt gevaar.

III. Anorexia : maatregelen in Europa en elders

III.1. Anorexia in de modewereld

Zoals gezegd zijn na de dood van een jonge anorectische mannequin in de modewereld een aantal maatregelen genomen.

Spanje heeft in september 2006 tijdens de Pasarela Cibeles in Madrid vijf te magere mannequins verboden deel te nemen aan het défilé. Hun BMI was lager dan 18, en lag dus onder de grens vastgesteld door de regionale regering in Madrid.

Spanje bindt actief de strijd aan tegen anorexia : Zara en de grote Spaanse modemerken hebben met het ministerie van Volksgezondheid een overeenkomst getekend om onder meer in hun etalages poppen met ten minste maatje 38 te gebruiken.

De Britse minister van cultuur, communicatie en sport, Tessa Jowell, heeft de Britse ontwerpers opgeroepen te magere modellen te boycotten.

De Italiaanse regering heeft met de Modefederatie en met de vereniging Alta Moda, die de Italiaanse couturiers verenigt, een « ethische code » tegen anorexia ondertekend. Deze code verbindt zich ertoe de gezondheid van de modellen die deelnemen aan de défilés, te beschermen en promoot een gezonde levensstijl. Volgens dat document moet voor de modedéfilés in Milaan en Rome vaker een beroep worden gedaan op modellen met grotere maten (Franse maten 42 en 44). De tekst bepaalt ook dat meisjes jonger dan 16 jaar niet mogen deelnemen aan défilés. De mannequins zullen ook een medische controle moeten ondergaan om na te gaan of hun BMI niet lager is dan 18. De Italiaanse overeenkomst is echter niet bindend; de ondertekenaars verbinden zich ertoe in hun interne reglementen maatregelen op te nemen om te garanderen dat de principes uit de overeenkomst worden nageleefd.

De Amerikaanse modeontwerpers (« Council of Fashion Designers of America — CFDA ») hebben op 12 januari 2007 aanbevelingen goedgekeurd om het probleem van de te magere modellen op te lossen, maar hebben voor die modellen geen verbod op deelname aan défilés uitgevaardigd. Deze aanbevelingen hebben betrekking op opvoeding en bewustwording en minder op regelgeving.

III.2. Anorexia op internet

Sommige landen hebben maatregelen getroffen om websites die anorexia promoten (pro-ana-websites) te verwijderen of een halt toe te roepen.

In de Verenigde Staten zijn pro-ana-websites verboden en in 2001 heeft de provider Yahoo tientallen sites afgesloten (6) .

In Spanje is een internetsite die aanzette tot anorexia door een vermageringswedstrijd te organiseren (wie het minste calorieën innam, won het meeste punten) gesloten na protest van de regionale regering in Madrid en van de Spaanse overheid.

In Nederland heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Hans Hoogervorst, de Nederlandse providers gevraagd hun verantwoordelijkheid te nemen en ten minste een waarschuwing op de sites te plaatsen. Zo laat punt.nl eerst een waarschuwingstekst verschijnen als iemand een pro-ana-blog wilt bezoeken. Er wordt uitgelegd dat op de blog anorexia-patiënten die ontkennen dat ze ziek zijn, met elkaar communiceren en dat de blog geen informatie geeft over de zware psychische en lichamelijke gevolgen van anorexia noch over het risico op overlijden. De waarschuwing verwijst ook naar een informatieve site.

Het effect ervan is positief aangezien 60 % van de personen die de boodschap lezen, besluiten uiteindelijk de pro-ana-site niet te bezoeken.

IV. In België

Ook België ontsnapt niet aan deze vreselijke ziekte. Op 22 december 2006 werd het eerste therapeutisch centrum voor eetstoornissen bij adolescenten geopend, dat ambulante programma’s aanbiedt om anorexia of boulimia nervosa te behandelen.

Het UZ Brussel en het UZ Antwerpen stellen vast dat er almaar meer jonge kinderen anorexia nervosa hebben, veelal jongeren van 13-14 jaar.

Deze universitaire ziekenhuizen betreuren zowel het gebrek aan cijfers over het aantal ziektegevallen bij jongeren als het gebrek aan goede infrastructuur om hen te helpen. Deze jongeren hebben nood aan multidisciplinaire begeleiding door een team van psychologen, artsen en diëtisten. Zij wijzen ook op het belang van de uitbouw van ambulante verzorgingsmogelijkheden.

Margriet HERMANS
Berni COLLAS.

De Senaat,

A. Overwegende dat vele specialisten het erover eens zijn dat de magerheidscultus een maatschappelijk fenomeen bij jongeren is;

B. Overwegende dat anorexia een probleem van volksgezondheid is dat almaar uitdeint;

C. Overwegende dat in Europa en elders deze ziekte bekender wordt;

D. Overwegende dat anorexia nervosa voorkomt bij almaar meer jongeren, namelijk 15 % van de adolescenten, en met name bij meisjes; (7)

E. Overwegende dat er voor België geen specifieke cijfers beschikbaar zijn;

F. Overwegende dat er pro-ana-websites en -blogs bestaan, die anorexia als levensstijl verheerlijken en een echt gevaar betekenen;

G. Overwegende dat het vermelden van een waarschuwingsboodschap op deze websites een efficiënt alternatief is;

H. Overwegende dat de regionale overheid in Madrid een richtlijn inzake modeshows heeft goedgekeurd;

I. Overwegende dat in Spanje een akkoord werd ondertekend tussen de grootste Spaanse modemerken en het ministerie van Volksgezondheid;

J. Overwegende dat in Italië een ethische code tegen anorexia werd goedgekeurd;

Vraagt de federale regering om samen met de bevoegde overheden van de deelgebieden :

1. Een studie uit te voeren die duidelijker en vollediger gegevens over de Belgische situatie kan verschaffen;

2. Ervoor te zorgen dat anorexia op de agenda van Europese Commissie wordt geplaatst;

3. Ervoor te zorgen dat internetproviders een waarschuwingsboodschap op pro-ana-blogs en -websites plaatsen;

4. Besprekingen aan te vatten met de Belgische modesector om na te gaan of een ethische code haalbaar en nuttig is.

12 juli 2007.