Archief voor maart 2008

Belgische Senaat – buitengewone zitting 2007

maart 11, 2008

Wetsvoorstel ter bestrijding van anorexia bij jonge meisjes

(Ingediend door mevrouw Anne-Marie Lizin)


TOELICHTING


Bij jonge meisjes die ernaar streven te beantwoorden aan het schoonheidsideaal dat door de mode en de mannelijke gedragingen wordt opgelegd, komt in geval van anorexia steeds meer reële schade aan de gezondheid voor. Het « banaliseren » van anorectisch gedrag vormt dan ook een probleem op het vlak van de volksgezondheid.Anorexia is een echte en ernstige ziekte, die haar oorsprong vindt in de angst van een onvolwassen persoon om niet (meer) overeen te stemmen met de mannelijke visie op de voor een vrouwenlichaam geldende norm. De ziekte komt naar schatting bij 2 % van de jonge meisjes voor.Hoewel anorexia natuurlijk met de gepaste therapieën moet worden behandeld, moet men in de eerste plaats ingaan tegen het verheerlijken van de magerte als doel op zich en dus tegen een sociaal aanvaarde en zelfs aangemoedigde psychologische marteling die door de machocultuur wordt opgelegd.

Spanje heeft in september 2006 het voorbeeld gegeven door te verbieden dat modellen met een te lage BMI (body mass index) nog meelopen in modeshows en zo het eerste land te worden dat de strijd aanbindt tegen het vastleggen van ongezonde en gevaarlijke schoonheidsidealen.

Anne-Marie LIZIN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

De verplichting die wordt opgelegd aan modellen om de body mass index — met andere woorden het gewicht in kilogram gedeeld door de lengte in meter, in het kwadraat — van 18 niet te overschrijden, druist in tegen de volksgezondheid.

Art. 3

Elke werkgever die van zijn werknemers een welbepaald lichaamsgewicht eist, wordt gestraft met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met geldboete van vijftig tot duizend euro, of met één van die straffen alleen.

5 september 2007.

Anne-Marie LIZIN.

Senaat

maart 8, 2008

 DONDERDAG 8 JULI 2004

Vraag om uitleg van mevrouw Anke Van dermeersch aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «anorexia, obesitas en boulimie bij jongeren» (nr. 3-334)

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BLOK). – Eetstoornissen bij kinderen jonger dan vijftien jaar zijn nog niet zo bekend als bij hun oudere lotgenoten.

Concrete statistische gegevens over eetstoornissen bij kinderen zijn belangrijk om de omvang van het probleem in te schatten. Verschillende onderzoeken tonen aan dat het slecht gesteld is met het gewicht van onze jongeren, wat uiteraard zijn impact zal hebben op de gezondheid van de volgende generatie. Slechte eetgewoontes worden immers vaak doorgegeven. Overgewicht vormt bovendien een directe aanleiding tot het ontwikkelen van diabetes. Artsen waarschuwen er al jaren voor dat die ziekte een epidemie wordt.

Dit probleem, dat al te vaak wordt gebagatelliseerd, vooral als het over jongeren gaat, is niet alleen belangrijk voor het welzijn en de ontplooiing van het individu, maar eveneens voor het algemene welzijn van onze samenleving. Bovendien is er een niet geringe impact op de sociale zekerheid als de kwaal niet wordt aangepakt.

De problematiek is deels federale bevoegdheid en deels gemeenschapsmaterie. De omvang van het probleem vereist op beide niveaus een doorgedreven aanpak.

Graag kreeg ik dan ook antwoord op volgende vragen. Wat is het beleid terzake? Werd in ons land al wetenschappelijk onderzoek verricht met betrekking tot anorexia, obesitas of boulimie bij kinderen jonger dan vijftien jaar? Zijn er al statistische gegevens beschikbaar over het onderwerp? Zo ja, welke en kunnen die mij worden bezorgd? Wat is in de huidige legislatuur al gebeurd om het probleem te counteren? Welke maatregelen wil de minister in de toekomst nemen?

Zwaarlijvigheid is niet alleen een probleem met fysieke gevolgen. Heel wat kinderen ervaren ook psychische gevolgen van hun zwaarlijvigheid. Wat doet de minister op dit vlak? Preventie is in het kader van deze problematiek zeer belangrijk evenals samenwerking met de gemeenschappen. Op welke manier wil de minister daar werk van maken? Wordt het probleem aangekaart op het overlegcomité?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. – Eetstoornissen en de gevolgen ervan voor de gezondheid zijn de oorzaak geworden van een van de meest verontrustende volksgezondheidsproblemen bij kinderen, adolescenten en volwassenen. Sinds de jaren zeventig blijven anorexia nervosa en boulimie toenemen.

In antwoord op de raadgevingen en aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie en de Europese Unie betreffende de niet-besmettelijke ziekten die met een gebrek aan lichaamsbeweging en een onevenwichtige voeding te maken hebben, zoals vetzucht en obesitas, hart- en vaatziekten, type II-suikerziekte, heb ik beslist een nationaal voedings- en gezondheidsplan op te zetten. Op 14 mei nam de ministerraad akte van de hoofdlijnen van dat plan. Het werd tijdens de interministeriële gezondheidsconferentie van 24 mei 2004 aan de gemeenschappen en gewesten medegedeeld.

Het plan heeft volgende doelstellingen: overgewicht en vetzucht verminderen, zowel bij kinderen als bij volwassenen, ziekten bestrijden die met onevenwichtige voeding te maken hebben, de reorganisatie aanmoedigen van de voedselschema’s, zoals maaltijden aan tafel, op vaste tijdstippen, en tenslotte de lichaamsbeweging stimuleren. In België beschikken we niet over betrouwbare gegevens over de frequentie van eetstoornissen bij de bevolking en bij jongeren in het bijzonder. In de ziekenhuizen en gezondheidscentra werden tellingen uitgevoerd, maar de gegevens werden nog niet verzameld.

Het is niet gemakkelijk te bepalen welk beleid moet worden gevoerd om eetstoornissen, zoals anorexia nervosa en boulimie – of vormen daarvan -, te behandelen. Het gaat om mentale gezondheidsproblemen. Ik ben van plan de opnamecentra voor patiënten met anorexia of boulimie via RIZIV-conventies te erkennen.

Daarnaast wil ik eraan herinneren dat gezondheidspromotie en ziektepreventie behoren tot de bevoegdheden van de gemeenschappen. Als minister van Volksgezondheid zal ik derhalve andere overheidsniveaus aanmoedigen een beleid te voeren ter bevordering van de gezondheid en ter preventie van ziekten om alle mogelijke problemen het hoofd te bieden die de gezondheid aantasten, zowel van jonge kinderen als van adolescenten en volwassenen.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BLOK). – Ik dank de minister voor zijn duidelijke antwoord. Ik ben blij dat er inderdaad een nationaal gezondheids- en voedingsplan is. Ook wetenschappelijk onderzoek en statistische gegevens zijn mijns inziens zeer belangrijk als basis voor het uitwerken van een eventueel nog beter beleidsplan in de toekomst. Ik wil er dan ook op aandringen dat werk wordt gemaakt van het verzamelen en verwerken van exacte gegevens. Als we nu niet de juiste maatregelen nemen, dreigt er in de toekomst een echte epidemie.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. – Ik vergat nog te vermelden dat sinds begin van dit jaar een studie naar onze voeding wordt uitgevoerd. Teams van verschillende universiteiten houden enquêtes en begin volgend jaar kunnen we over de resultaten beschikken.